"Wie had dit 2,5 jaar geleden kunnen denken.”

Zorgondernemerschap
Jan-Willem Woensdregt

Sinds 2019 woont Jan-Willem met zijn partner Marjolein en hun zoontje in Thomashuis Baarn. Als manager, coach en veranderaar zet hij zich al twintig jaar in voor mensen met een verstandelijke beperking. In deze column neemt Jan-Willem je mee in zijn bijzondere leven als zorgondernemer. 

Ingeborg is een mevrouw met een matig verstandelijke beperking en autisme. Ze laat, wat in vaktermen heet, ‘moeilijk verstaanbaar gedrag’ zien. Wat er feitelijk aan de hand is, is dat Ingeborg onveilig is voor zichzelf. Anderen kunnen haar nooit volledig veiligheid bieden. Ze uit die onveiligheid in schreeuwen, het kapot maken van kleren en spullen en dreigen met alles wat je niet wilt dat gaat gebeuren.

Begeleiders staan soms stijf van adrenaline

Toen wij in Baarn begonnen als zorgondernemers was het voor Ingeborg totaal onveilig. Bekende ondernemers weg en met onze komst ook de komst van nieuwe begeleiders. Haar wereld stond op de kop. En de onze overigens ook: het gedrag van Ingeborg is heel beangstigend. We hebben een weg gevonden en het gaat nu goed met Ingeborg en ook met begeleiders. We begeleiden Ingeborg vanuit haar kamer omdat elk sociaal contact in zichzelf onveilig is: je weet immers nooit in een contact wie iets tegen je gaat zeggen. Ingeborg heeft over sociale contacten geen controle en om zich veilig te voelen heeft ze die controle wel nodig. In haar kamer is ze veilig geworden.

Haar begeleiden vanuit haar kamer mag echter niet betekenen dat ze hele dagen alleen maar op haar kamer is. Kwaliteit van leven is voor Ingeborg ook dingen ondernemen, nieuwe ervaringen opdoen en mogelijkheden ontdekken. Het vraagt alleen nogal wat van haar en van begeleiders om dat te doen: elke nieuwe activiteit is een bron van spanning vanwege het onbekende en geeft haar angst. Langzaam en stap voor stap gaan we met haar onderweg. Bij elke stap staat Ingeborg stijf van de spanning en begeleiders stijf van de adrenaline. Maar we gaan het aan omdat bij elke stap de relatie sterker wordt en daarmee de veiligheid toeneemt.

Een grote overwinning bij de groenteboer

Ik ga vaak met Ingeborg naar De Koopman, een groentezaak hier vlakbij. De eerste keren was dat geen plezier en zullen mensen met opgetrokken wenkbrauwen hebben gekeken naar wat er zich afspeelde. Inmiddels gaat Ingeborg graag mee. Alles wat in een patroon komt, is voor Ingeborg fijn en zo ook de gang naar De Koopman en de route die we daarbinnen lopen: eerst rechtdoor voor de bananen, dan linksaf voor het fruit, dan linksaf voor de sinaasappels en vervolgens nog een keer links voor de paprika’s, uien, courgettes en champignons. Dan terug en naar de kassa, de spullen uit de tas halen zodat er gewogen kan worden en aan de andere kant van de kassa de spullen weer in de tas doen.

Afgelopen week was er fruit genoeg en konden we dat pad overslaan. Ik zei tegen Ingeborg dat ze 10 paprika’s kon pakken en vijf courgettes. Ik zag haar verwarring over de afwijking van het normale, maar ze bleef ontspannen. Door deze vraag te stellen deed ik wat met haar oriëntatie, omdat ze nu het pad vanaf de andere kant in moest lopen. Ze gaf aan dat ze het niet kon vinden, ik herhaalde mijn vraag, wees haar de weg en wachtte af. En ja, het ging heel goed! Ze vond de groenten en deed ze in de tas. Ik stond er verder niet bij stil hoe bijzonder het eigenlijk was en we gingen afrekenen. Thuisgekomen is het altijd even opruimen en dan weer lekker tv-kijken. De tv geeft Ingeborg haar veiligheid in haar eigen kamer en voor Ingeborg iets kan ondernemen is het belangrijk dat ze weet dat na afloop altijd de tv weer wacht.

“Wat ruikt het lekker; heb ik gehaald."

De middag verliep rustig en het koken begon. Het einde van de middag is voor Ingeborg altijd spannend: ‘wordt er wel gekookt en word ik wel gehaald’. Ook hier zie je haar onveiligheid die altijd aan de orde is en waar begeleiders altijd alert op moeten zijn. Bij spanning kan het wachten op het eten hoog oplopen maar dat was nu niet het geval. Ingeborg kwam zoals gebruikelijk wel de keuken even in om te checken of alles klopte. Dit keer was er geen spanning te zien: zie liep naar het fornuis, zei ‘wat ruikt het hier lekker’ en zei vervolgens ‘heb ik vanmorgen met Jan-Willem gehaald, voor het eten’. Ze liep ontspannen weer terug naar haar kamer, de aanwezige begeleider stomverbaasd achterlatend.

De gebeurtenis kan je maar zomaar ontgaan, maar wat was ik blij het te zien. De onverwachte route in de groentezaak, het feit dat Ingeborg zelf de groenten gevonden had en in bewustzijn gepakt had, heeft haar zoveel opgeleverd blijkbaar dat ze hierop terug kon komen en kon zeggen dat het dankzij haar was dat er gekookt kon worden. Ik werd er zo blij van omdat het zelf doen van dingen iemand eigenwaarde geeft; Ingeborg voelde zich van betekenis en kon dat benoemen. En daarmee was mijn dag ook goed: ik kon voor haar van betekenis zijn vanmorgen en daardoor kon zij van betekenis zijn voor zichzelf. Wie had dit 2,5 jaar geleden kunnen bedenken.

Delen:

Mis niks van de kleurrijke verhalen van het Thomashuis

Schrijf je in voor de nieuwsbrief ThomashuisVertelt!